|
|
|
Wie de muskaatnoot over de boontjes raspt,
hoeft niet te weten dat men vroeger met deze nootmuskaat probeerde om een
miskraam te forceren en dat de dames die dit probeerden soms zo van de noten
of de olie snoepten dat ze er letterlijk van uit hun bol gingen. Want
nootmuskaat werkt in grote hoeveelheden als een hallucinerend middel
(dat overigens giftig is en tot "flippen" leidt).
|
|
Muskaatnoot is een tropische boom uit
het oosten van Indonesie, die al in het begin van onze jaartelling door de
Arabieren werd ontdekt. Aan de vrouwelijke bomen komen noten, verpakt in een
oranjerood zaadvlies (foeli genoemd), met daaromheen een dikke bolster. De
folie en de noten zijn rijk aan een vluchtige olie, die veel terpenen bevat.
Culinair gebruik:De typische smaak
van de specerij past goed in stamppotten en over aardappelpuree, bij
kaasgerechten, in sauzen, maar ook voor bepaalde dranken, pudding en gebak.
Foelie heeft een mildere smaak en wordt vaak meegekookt in bijv. soepen,
visschotels en kipgerechten.
|
|
Bruikbare delen: Zaden en olie.
Eigenschappen: Een bitter kruid dat
werkzaam is als verwarmend, digestief, tonicum, braken stopt en kramp
opheft, help bij voedselvergiftiging. De olie werd op het tandvlees
aangebracht rond een pijnlijke kies of tand. Er word nogwel massage olie van
gemaakt tegen reumatische klachten en spierpijn.
Gebruik
Geneeskrachtig:
Wordt
in Ayurvedische geneeswijze gebruikt voor slechte spijsvertering,
slapeloosheid, incontinentie en voortijdige ejaculatie.
Overig
gebruik:
Met
nootmuskaatboter, een vette substantie uit de noot, maakt men zeep, zalven,
kaarsen en parfum extra geurig.
|
|
Kweken en oogsten
Kweken: Gewas. Niet
winterhard. Bossige groenblijvende boom met langwerpig blad tot 12 cm lang,
jong blad bedekt met zilverachtige, aromatische schubben. De lichtgele
bloemen die in bosjes in de bladoksels zitten, worden gevolgd door vlezige,
goudgele, ronde, tot peervormige vruchten. De goudgele vruchten splijten bij
rijpheid open en tonen een zaad (muskaatnoot) in een houtige bruine schil,
omgeven door een vuurrode zaadrok (foelie). Goeddoorlatende humusrijke,
zandige grond. Minimaal 15 - 18 ºC. Vermeerderen door rijpe zaden, door
houtige stek aan einde groeiseizoen.
Oogsten: De zaden
worden uit rijpe vruchten verwijderd en gescheiden van de zaadrokken. Beide
worden gedroogd voor oliedestillatie of in afkooksels en poeders gebruikt.
Waarschuwing: Overmatig
gebruik veroorzaakt zware hoofdpijnen, duizelingen, misselijkheid en
delirium.
|
|